De arbeidsmarkt is een sterke magneet

Leo Lucassen is directeur Onderzoek van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG) en hoogleraar aan de Universiteit Leiden. Deze zomer schreef hij in opdracht van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) een essay over de toekomst van de migratie. Volgens Lucassen staat de politieke discussie vaak bol van feitelijke onjuistheden. Vooral het grote belang van arbeidsmigratie voor de Nederlandse economie wordt miskend, zo stelt hij.

Hoe ziet de immigratie er in cijfers uit?

“We zien vanaf 2013 dat de immigratie omhoog gaat, met als topjaar 2017, toen het aantal van 234.000 immigranten werd bereikt. In dat jaar waren er 154.000 mensen die emigreerden, waardoor er dus per saldo 81.000 mensen in Nederland bijkwamen. Daarbij is het goed om je te realiseren dat negen van de tien immigranten naar Nederland komen om hier te werken.”

Onze arbeidsmarkt heeft die mensen nodig?

“We hebben ze hard nodig. De economische groei zorgt voor een grote vraag naar arbeid. Bovendien neemt in de komende jaren het beschikbare arbeidsaanbod af, doordat de beroepsbevolking vergrijst. Verder zie je dat bepaald soort werk door Nederlanders niet graag wordt gedaan. Denk aan werk in de slachthuizen of in de land- en tuinbouw. Aan de bovenkant van de arbeidsmarkt kiezen daarnaast te weinig jongeren voor technische studies. Dus ook daar zie je dat bedrijven noodgedwongen werknemers uit Azië moeten halen. Een hightechbedrijf als ASML heeft momenteel duizenden buitenlanders in dienst.”

Onze open economie kan dus niet zonder arbeidsmigratie?

“Nee, dat is door onze geschiedenis heen altijd al zo geweest. Wel zie je per tijdvak verschillen. Van 1975 tot 2000 werd de immigratie vooral bepaald door de komst van Surinamers, de gezinshereniging van gastarbeiders en de asielmigratie. Vanaf het begin van deze eeuw neemt de arbeidsmigratie een veel prominentere plaats in, en zeker de laatste vijf jaar zien we die trend. Onze arbeidsmarkt is een steeds sterkere magneet.”

Duitsland kiest ervoor om een ‘immigratieland’ te zijn. Is dat verstandig?

“Dat is inderdaad het officiële beleid van de Duitse regering. Gezien de krimpende beroepsbevolking kan ik me die keus goed voorstellen. Duitsland zet systematisch in op het werven van arbeidskrachten. Zelfs onder afgewezen asielzoekers wordt geworven. Zo ver zijn we in Nederland nog niet.”

Maar politici als Wilders en Baudet waarschuwen vooral voor een golf van immigranten…

“Historisch gezien is het aantal asielzoekers enorm afgenomen. We zitten nu op een relatief laag niveau. Dat soort uitspraken is pure stemmingmakerij, die bol staat van feitelijke onjuistheden. Het ondermijnt het draagvlak voor immigratie, terwijl vanwege de demografische ontwikkeling arbeidsmigratie bittere noodzaak is. Ik zie veel lafheid in de politiek. Angela Merkel is een van de weinigen die niet bang is. Ook in Nederland zou ik soms moediger politici wensen.”

Onlangs is in opdracht van de ABU en NBBU een Arbeidsmigrantenonderzoek gedaan. Wat viel u daarin op?

“Uit de cijfers blijkt dat het aandeel van Poolse uitzendkrachten flink is gedaald, van ruim 79% naar 72,8%. In Polen groeit de economie, waardoor het moeilijker is om Polen aan te trekken. En ook Duitsland is een aantrekkelijk alternatief voor Poolse werknemers: dicht bij huis en economisch welvarend. Pull-factoren voor arbeidsmigranten zijn de hoogte van het loon, de arbeidsomstandigheden en goede huisvesting. Voor de uitzendbranche zijn dat de knoppen om aan te draaien. Daarmee kun je je onderscheiden van andere landen.”

Van de ABU- en NBBU-leden die arbeidsmigranten bemiddelen, ervaart maar liefst driekwart een tekort aan huisvestingsplaatsen. Schrikt u daarvan?

“Dat is fors. Meer dan een kwart van de uitzenders geeft zelfs aan meer dan honderd woonplekken nodig te hebben. Voor de uitzendsector ligt er dus een taak om lokale overheden te overtuigen dat er veel meer inzet noodzakelijk is. En te laten zien dat het economisch belang voor de regio’s groot is. De whitepaper die de ABU vorig jaar uitbracht, laat dat heel duidelijk zien. Gemeenten moeten zich er tegelijkertijd van bewust zijn dat niets doen geen optie is. Want als je niets doet, komen arbeidsmigranten in gammele schuren en op vervallen vakantieparken te zitten. Dat levert lokaal uiteindelijk meer problemen op en is heel slecht voor het imago van Nederland.”

Ziet u andere uitwassen als het gaat om arbeidsmigranten?

“Je ziet bijvoorbeeld dat er transportbedrijven zijn die een hoofdkantoor hebben in bijvoorbeeld Boekarest, omdat daar de sociale premies veel lager zijn. De chauffeurs werken dan wel gewoon in Nederland. Dat is een vorm van oneerlijke concurrentie, die Nederlandse chauffeurs benadeelt. Het is vooralsnog legaal, maar door Europese wetgeving zal dit vanaf 2021 niet meer mogelijk zijn. Dat is denk ik een goede stap vooruit.”

Het is dus belangrijk om kritisch te blijven?

“Zeker. Zo kan het zijn dat een nieuw distributiecentrum juist midden op het platteland wordt neergezet. Het lokale arbeidsaanbod wordt op die manier buitenspel gezet, omdat het lastig is om daar naartoe te reizen. Vervolgens worden er dan goedkopere arbeidskrachten uit Oost-Europa ingezet. Dat soort oneigenlijke praktijken doen de arbeidsmigratie helaas geen goed. Maar dat neemt niet weg dat arbeidsmigratie voor Nederland in het verleden van groot belang is geweest en ook in de komende decennia van groot belang zal blijven.”

 

Bron: Flex & Figures, januari 2019